Copyright 2013-2019 - Stichting Interkerkelijk Recreatiewerk Witterzomer

Lezing: Johannes 20: 19 - 31
19 Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’ 20 Na deze woorden toonde hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen. 21 Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.’ 22 Na deze woorden blies hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest. 23 Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’
24 Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam. 25 Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’ 26 Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei hij, 27 en daarna richtte hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’ 28 Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’ 29 Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’
30 Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, 31 maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.

De ongelovige en gelovige Thomas. 
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Kom zondag naar de kerk: gezellig twijfelen met z’n allen.
Het zou een vondst van Loesje(van de posters!) kunnen zijn deze zin, of een reclameslogan voor de kerk. Daar is inderdaad sprake van: in een nieuwe reclamecampagne van de PKN laat men weten dat er ook veel twijfelaars binnen de kerk zitten.
Als ik het goed zie zijn er in onze samenleving twee belangrijke bronnen van twijfel aan het christelijk geloof.
De eerste is de rationele twijfel gevoed door de rede en de wetenschap. Onderzoek heeft het bestaan van God niet aangetoond, eerder twijfelachtig gemaakt. En ons wereldbeeld is inmiddels zo veranderd, dat geloven dat er nog iets bestaat buiten dat wat we kunnen waarnemen zeer discutabel is geworden. 
Het tweede is een vorm van twijfel die ik maar voor het gemak een emotionele twijfel noem, namelijk de vraag hoe het kan dat God liefde is en er zoveel ellende in onze wereld is. Kinderen die kanker krijgen, een vreselijke natuurrampen die een spoor van verwoesting achterlaten. Mensen die martelen en elkaar uitmoorden. 
Redenen genoeg om te twijfelen. Inmiddels schijnt meer dan vijftig procent van de Nederlanders niet meer goed te weten of ze wel of niet geloven. Als er een tv programma zou worden gemaakt wie de populairste leerling van Jezus was, dan zou thomas vast op de eerste plaats terecht komen.
We kunnen inderdaad het een en ander leren van Thomas als het gaat over beide vormen van twijfel. Ik ga op zoek.
Maar eerst: wie was Thomas eigenlijk? Hebt u een beeld van hem?
Thomas, Didymus, wordt hij ook wel genoemd. Misschien was hij er een van een tweeling. (NBV vertaalt ook tweeling.) Zijn naam wordt met twee in verband gebracht. En twee dat is twijfel is enerzijds- anderzijds. Is nooit helemaal zeker weten. 

Hij wordt ook nogal eens als een zwaarmoedig mens getekend, Thomas. De eeuwige weifelaar, twijfelaar. Zwaar op de hand. Zo iemand die zegt als het glas nog voor de helft gevuld is: kijk het is al weer half leeg in plaats dat hij ziet dat het nog half vol is. Iemand die de zuiging van het donker sterker voelt dan de warmte van het zoete zonlicht.
Als ik de plaatsen in het evangelie naga waar Thomas ter sprake komt (alleen in het evangelie van Johannes) dan rijst voor mij toch een ander beeld op. Thomas is de man van de nuchterheid en de feiten en laat je niet te gauw op sleeptouw nemen door buitenissigheden.
Een voorbeeld noem ik:
Jezus houdt een lange redevoering voor zijn leerlingen.(Johannes 14) Het is een soort afscheidspreek. Op een gegeven moment zegt Hij: waar ik heenga daarheen weten jullie de weg. Dan stelt Thomas de vraag die waarschijnlijk bij alle andere leerlingen ook leeft: Heer, we weten niet waar U heen gaat, hoe zouden we dan de weg weten daar naar toe?
Zo is Thomas nog een enkele keer aanwezig. Als iemand die heel nuchter en bijna zakelijk is. Vragen stelt als hij iets niet begrijpt. Ik zie Thomas als iemand die nuchter en verstandelijk is en die in onze tijd zeker last zou hebben van de eerste vorm van twijfel, de rationele. Er is niet meer dan we kunnen zien en beetpakken. Thomas zal zich niet gauw laten meeslepen door bizarre dingen. Hij wil niet geloven in sprookjes.
Zo ook komt hij naar voren in hoofdstuk 20. Hij is er niet bij als Jezus voor het eerst aan zijn leerlingen verschijnt. Misschien vond hij wel dat het gevaarlijk aan het worden was met al die zweverige geruchten over een opstanding van Jezus. Niks voor hem Thomas, de nuchterheid zelve.
Het verhaal van Thomas kan ons helpen bij de twijfel zei ik en op de eerste plaats noem ik nu de emotionele twijfel. Waar is de liefdevolle God in deze bar en boze wereld?
In dit verband is het belangrijk te er bij stil te staan dat Jezus zich laat herkennen aan zijn wonden. Dat speelt een rol in vele verschijningsverhalen en Thomas zegt het zelf nadrukkelijk: als ik niet kan voelen en tasten, als ik niet kan beetpakken, dan geloof ik het niet, al die zweverige verhalen.
De Levende Heer is slechts herkenbaar als de Gekruisigde. Pasen en Goede Vrijdag mogen niet uit elkaar worden gehaald.
Jan Willem Schulte Nordholt, de dichter, die zoveel mooie liederen voor het Liedboek schreef maakte er een gedicht over. 

OPSTANDING

Zeggen ze dat Hij is opgestaan
waarom is de wereld dan dezelfde,
lijdt Hij zelf dan nog in al de zijnen,
sterft Hij dagelijks nog duizend doden,
altijd door zoals het immers is?

Weegt het lijden deze korte tijd
ook niet op tegen de heerlijkheid
die eens komen zal, is duizend jaar
als de dag van gisteren, als een droom,

altijd duurt die boze droom nog voort,
roept het bloed van Abel van de aarde,
wordt de stem in Rama weer gehoord,
altijd weer hetzelfde, Rachel weent
om haar kinderen die niet meer zijn.

En daar blijft mijn ongeloof bij staan,
dat ik net als Thomas telkens twijfel,
enkel in zijn wonden Hem herken.

Ja wat maakt het verschil: Pasen of geen Pasen? Is er wel iets veranderd? Schulte Nordholt in het gedicht en noemt het lijden: het bloed van Abel dat roept van de aarde en Rachel die weent over haar kinderen. (En we hoeven maar te denken aan het Midden Oosten: Syrië en andere plaatsen waar nog steeds geweld de toon aangeeft.)
Aan het slot van het gedicht zegt S. N. dat hij de Opgestane enkel in zijn wonden herkent.
Ik vroeg me op grond daarvan af: hebben wij de wereld van God en die van ons dagelijks leven soms te ver uiteen gelegd? Als het over God gaat dan is alles liefde, goed en mooi. De genade vormt de boventoon. Wij worden geaccepteerd ondanks onszelf. Er wordt recht gedaan aan alles wat scheef is enzovoorts. (Is dat niet teveel alleen vanuit Pasen geredeneerd?) Maar dat vloekt met wat er vaak dagelijks in ons leven gebeurt, of wat we zien op de televisie. Waar is die mooie en liefdevolle God, vraagt dan menigeen.
Maar het verhaal van Thomas vertelt ons dat de Opgestane Heer herkend wordt aan de tekenen die het kwaad heeft achtergelaten op zijn lichaam. De Levende verschijnt niet als een onkwetsbare Achilles, maar als een gelidtekende, een doodgemartelde. Hij wil gerekend worden bij de minste van zijn broeders en zusters. Alleen als de minste wil hij de meeste zijn.
Dat betekent: wij hebben geen onaantastbare God, wij kennen geen ongebroken licht.
Wij moeten God niet alleen zoeken bij het goede schone, ware en rechte, maar ook in het lijden van deze wereld. Christus wordt nog steeds opnieuw gekruisigd. Het kon wel eens zijn dat waar wij roepen; ‘waar is God’, dat Hij aanwezig is in het lijden, in de wonden van deze wereld. Het gaat niet buiten hem om. Het raakt zijn ‘lichaam’.
Het tweede dat we van het verhaal van Thomas kunnen leren is dat het niet lonend is vragen en twijfels te onderdrukken of te ontlopen.
Door er ruimte aan te geven, door ze onder ogen te zien, is Thomas verder gekomen.
Willem Barnard de in 2010 overleden Liedboekdichter zei in een interview: ‘Ik ben door de antwoorden heen naar de vragen gegroeid’.
Hij zei niet: ‘Gaandeweg ben ik alles kwijt geraakt en nu heb ik alleen nog maar vragen’. Nee, hij zei: door de antwoorden heen ben ik naar de vragen gegroeid! Hij heeft het over groei. Hier spreekt iemand die heeft afgeleerd om de twijfel te zien louter als een vijand van het geloof. Twijfel kan het geloof immers ook verdiepen. Het kan de aanzet zijn tot vernieuwing en verdieping van het geloof. Zo is elke reformatie begonnen met twijfel.
Geloven hoeft niet te betekenen altijd alles zeker te weten. Ik denk zelfs dat die vorm van geloven niet meer past bij een samenleving als de onze waarin alles zo snel verandert.
Misschien dat de Geest ook aan het werk is waar onze zekerheden in wat voor vorm worden afgebroken om ons een nieuw zicht te bieden op God. Maak Pasen niet te mooi, maak Goede Vrijdag niet te hopeloos.
Thomas wordt getekend als mens met twijfel: grote twijfel, maar hij is in het evangelie van Johannes degene die het meest uitgesproken geloofsantwoord geeft als hij Jezus heeft gezien. Hij zegt tegen Jezus: mijn Heer en mijn God. Niemand vóór hem, zelfs niet Maria van Magdalena zegt dat. Thomas komt de met de meest uitgesproken geloofsbelijdenis! Dat kunnen we leren van Thomas: twijfel niet zomaar wegpoetsen en doorheen gaan en ermee leren leven levert meer op. Het kan je juist weer veel dichterbij het geloof brengen.
De ongelovige Thomas kan met evenveel recht worden genoemd: de gelovige Thomas.
Thomas weg tot geloof begon ermee dat hij zijn twijfel onder ogen durfde te zien. Maar dat hij Jezus weer zag was temidden van de andere leerlingen. Je zou kunnen zeggen omdat de gemeente hem niet losliet. Zij bleven aandringen zo kwam het tot een ontmoeting van de Levende Heer. Ook een mooi leermoment voor onze individualistische samenleving. Alleen geloven kan wel, maar als je het nooit bij anderen zoekt loop je goede kans iets zeer belangrijks mis te lopen.
Die Thomas: een aartstwijfelaar en een echte gelovige in één mens. Wie zou zich niet in hem herkennen?!
Amen

f t g

Bijbeltekst van vandaag